Wing Chun Vormen 

Geen enkele leraar heeft het recht om maar iets aan de drie handvormen, de dummyvorm of de wapenvormen te veranderen! De vormen zijn onderdeel van een oud systeem, waarvoor jij van jouw leraar de verantwoordelijkheid hebt gekregen om door te geven.

 De rechter regel lees je eerst en daarna de linker regel: “Draag het Wing Chun onveranderd over om te verzekeren dat de volgende generatie sterker is.”

 Een veelzeggende tekst van Grootmeester Ip Man. Hij heeft dit ook in zijn school aan de muur hangen. Ik ben ervan overtuigd dat dit voor hem erg belangrijk was. Met andere woorden: blijf van de vormen en concepten af. Hij wist dat het al geëvalueerd is, getest in vele gevechten, en dat verandering alleen maar zal leiden tot achteruitgang. 

De ontwerpers van dit systeem hebben generaties lang alles getest in echte gevechten. Nu willen wij, die naast een drukke baan in de avond Kung Fu doen als sport, denken dat we allerlei verbeteringen kunnen aanbrengen? Terwijl wij niet meer echt vechten, hoe kun je dan denken dat je zonder vechtervaring dingen kunt verbeteren aan een vechtsysteem? Op welke ervaringen zijn deze inzichten gebaseerd? Ook een leraar die zelf al in geen tien jaar echt gesparred of gevochten heeft en dan dingen gaat aanpassen, handelt niet vanuit nieuwe vechtinzichten. Dus veranderingen en aanpassingen zijn per definitie een achteruitgang. 

Daarnaast vind ik dat als een leraar iets verandert aan de vormen of concepten, hij daarmee zegt dat hij het beter weet dan zijn leraar. Dat vind ik nogal arrogant. Of het laat zien dat hij iets niet begrijpt en daarom denkt iets te moeten verbeteren. De manier van trainen kun je wel op allerlei manieren doen, zolang je je maar houdt aan de structuren van de vormen en de concepten. In de topsport zie je ook dat mensen met dezelfde regels en dezelfde sport verschillende trainingsmethodes bedenken en daardoor beter worden dan anderen. 

De vormen zijn eigenlijk het handboek van het systeem. Je moet alleen de concepten begrijpen de taal van het handboek om het te kunnen lezen. Vertaal de vormen naar oefeningen en vertaal de oefeningen naar een realistische situatie om zo dit systeem goed te leren begrijpen. De vormen doen zonder te weten wat je traint of wat de richtlijnen (concepten) zijn, is als het lezen van een boek in het Zweeds zonder de taal te kennen: je kunt de woorden wel lezen, maar je hebt geen idee wat er staat.

 Foto: Siu Lim Tau, Brazilië 2011 

De vormen zijn een serie bewegingen die het ontwerp van het systeem vormen. Het is een handleiding van informatie om het systeem door te geven van generatie tot generatie. Houd daarom de vormen zuiver en hetzelfde. Wanneer de vormen veranderen, kan het systeem in de toekomst verloren gaan. De ontwerpers van dit systeem hebben hier generaties lang over nagedacht en het verfijnd. Wij zien een eindproduct dat geëvalueerd is. Veranderingen kunnen daarom alleen maar een achteruitgang betekenen. Wanneer er in een generatie een leraar minder bekwaam zou zijn en het systeem niet goed begrijpt, kan de volgende generatie het weer oppakken maar alleen als de volgorde en bewegingen hetzelfde blijven. Er hoeft maar één iemand slim genoeg te zijn om in te zien hoe dingen in het verleden bedoeld waren om het systeem opnieuw volledig te begrijpen. Het handboek moet goed worden gekopieerd en de concepten moeten correct worden overgedragen naar de volgende generatie. Het vertelt je de bewegingen, structuren, technieken en concepten; hierin bevindt zich alle informatie en de ‘verborgen’ kennis van het systeem. Houd je altijd aan de principes en structuren van de vormen; dit is je referentie. Probeer alles altijd terug te vinden in de vormen. Dan krijgen de vormen meer waarde en begrijp je het systeem beter. Als je een oefening doet, vraag jezelf dan altijd af: wat vertelt de vorm mij over deze beweging? Wat zijn de concepten? 

Als het niet in de vormen voorkomt, kun je het niet verantwoorden. 

Maak de vorm altijd langzaam; snelheid is geen trainende factor. Je traint geen actie-reactie. Bij de vormen gaat het om de perfectie van de bewegingen. Als je in de lucht de bewegingen niet strak en correct kunt maken, hoe moet het dan in een drill of nog moeilijker in een gevecht? 

Probeer de concepten te zien. Een voorbeeld is dat je altijd één hand terugtrekt wanneer de andere naar voren gaat (zo heb je altijd een Wu Sau voor verdediging en sta je stootklaar). In de eerste en tweede vorm gebeurt dit altijd bovenlangs, in de derde vorm soms onderlangs; de derde vorm heeft andere principes dan de eerste en tweede. Er zijn twee redenen voor dit concept: Je trekt terug zodat je Wu Sau hebt en stootklaar staat voor verdediging. Zodat je je armen niet kruist. Nu kan het nooit zijn dat je bijvoorbeeld over een Lan Sau een stoot maakt zonder dat de Lan Sau terugtrekt. Het zit letterlijk in de tweede vorm aan het einde van de eerste set. Hier is over nagedacht in het ontwerp van de vormen. 

De uitleg van de namen Siu Lim Tau en Chum Kiu: De eerste vorm is “klein idee”, waarin het belangrijkste de aansturing vanuit de elleboog is. In de tweede vorm worden heupen, benen en voeten toegevoegd. Nu moet je de verbinding (brug) vinden tussen de elleboog en de heupen. De tweede vorm heet dan ook “zoek de brug”.

 Siu Lim Tau - Eerste vorm (Jong idee)

 In de eerste vorm, waar alles om de basis gaat, zijn belangrijke aspecten structuur, herstel van structuur en coördinatie. 

Het is je alfabet van Wing Chun; alle basistechnieken bevinden zich in deze vorm. Ook worden de begrippen “Centerline” en “Lat Sau Jik Chung” behandeld, maar vooral de aansturing van de elleboog staat centraal. In de eerste vorm zijn de technieken vaak nog niet volledig uitgewerkt. De Bong Sau is bijvoorbeeld vanuit een stilstaande positie en wordt niet ondersteund door de heup of instap. In de eerste vorm beweeg je niet, zodat je je volledig kunt concentreren op de armtechnieken. Een ander voorbeeld is de Bong Sau die naar binnen klapt, met de elleboog in het midden. Dit is ook weer een concept: wanneer er kracht op de horizontale arm komt (Bong Sau), klap je de elleboog naar binnen. Je vangt de kracht niet op met de schouder (wat je toch niet goed zult lukken), maar je schakelt over naar een betere positie om weer te kunnen stoten, en zodat je niet tegen de kracht hoeft te vechten. 

In de eerste vorm zitten bewust geen vuiststoten maar palmstoten, om zo het accent te leggen op de elleboogaansturing en niet op de pols. De pols kan alle kanten op bewegen en is daardoor moeilijker te controleren (met uitzondering van de opening en afsluiting). 

Je traint in wezen in de eerste vorm met één arm tegelijk. Soms zijn beide armen tegelijk in beweging, maar dan voeren ze dezelfde beweging uit. Wanneer beide armen dezelfde beweging maken, horen ze niet functioneel bij elkaar; ze worden dan niet als gecombineerde techniek uitgevoerd, maar als losstaande technieken. Gelijktijdigheid in de bewegingen is er om ze synchroon uit te voeren, zodat beide armen dezelfde intentie, snelheid en kracht hebben.

 Chum Kiu - Tweede vorm (zoek de brug)

 De tweede vorm betekent “finding the bridge”, waarmee bedoeld wordt: de verbinding tussen elleboog en heupen, maar ook het terugkeren naar de centerline en het herstellen van kleine fouten en je positie verbeteren. Dit wordt ook wel de aanvalsvorm genoemd, omdat je telkens de tegenstander opzoekt. Dit is opnieuw positieverbetering. In deze vorm gaat het ook om balans. Nu moet men twee verschillende bewegingen maken met twee armen, terwijl er tegelijk focus moet zijn op heupen en voeten. Alles moet samenkomen tot één geheel (de brug, de verbinding tussen heupen en elleboog). Wing Chun is niet alleen armen. Denk bijvoorbeeld aan andere sporten zoals tennis of basketbal; ook daar is voetenwerk heel belangrijk. Dit mag niet worden onderschat — je kunt hier een gevecht op winnen. In deze vorm ga je je heupen en voetenwerk gebruiken om je armen te ondersteunen en sterker te maken. 

Soms is de techniek nu wel volledig, zoals de Bong Sau met stap opzij. Maar later train je weer dubbele lage Bong Sau; dit is weer abstract. Je zult nooit twee lagen Bong Sau’s tegelijk uitvoeren. Je traint enkel de rotatie van de arm en het explosief omklappen van de arm, wat laag makkelijker is dan hoog. Dus weer één aspect van de Bong Sau, en niet een volledige Bong Sau die je traint.

 n het begin kun je alleen maar denken in één arm. Daarna ga je over naar het denken in twee armen tegelijk. In de tweede vorm ga je ook denken in heupen, benen en voeten. Je “rekenkracht” van denken moet nu verdeeld worden over armen, voeten en heupen. 

Je stand komt ook terug in de tweede vorm. In de tweede en derde set bepaalt de vorm hoe diep je in je achterste been moet zitten. Mede daarom zit er een trap in het begin van de tweede en derde set, zodat dit een referentie is voor hoe diep je in je achterste been moet zitten wanneer je shiftt naar je loopstand.

 Biu Ji - Derde vorm (wijzende vinger)

 De derde vorm, “Biu Ji”, heette vroeger “Biu Yuet Ji” (Moon Pointing Finger). 

In de derde vorm gebruik je wat je hebt wanneer je fout te groot is of je positie te slecht is om nog te kunnen herstellen om te vechten; dan “vlucht” je. De derde vorm is bedoeld om je lijf te redden uit kansloze situaties. Je hebt slechte kaarten in handen, daarom wil je niet meer vechten maar ontsnappen. Of je zit vast tegen de muur: hoe kom ik hier uit? Iemand pakt beide armen vast: hoe kom ik los? Als je omgedraaid staat door een situatie (Man Sau), zorg dan dat je armen eerst terugkomen en pas daarna je hoofd. Zo zijn er allerlei methodes om uit benauwde situaties te komen. Je zet je Wing Chun-principes tijdelijk opzij, omdat je nu een ander uitgangspunt hebt: niet vechten, maar ontsnappen.

 De derde vorm wordt door veel stromingen gezien als de ultieme vechtvorm. Wong Shun Leung zou ooit gezegd hebben: als deze vorm zo goed was om te vechten, dan had ik mijn leerlingen niet zoveel tijd laten verspillen aan de eerste en tweede vorm. 

In de vormen zit ook een training om je zenuwbanen te “stretchen”.

 De draai met de pols aan het einde van de sets in de vormen: Je arm is gestrekt. Je draait je hand naar binnen, dan naar beneden, dan naar buiten en maakt een vuist om nog meer rek op de zenuwbanen te krijgen. Vervolgens trek je snel je arm terug. Deze polsdraai zit continu in de vormen; dat betekent dat deze oefening belangrijk is. Mijn fysiotherapeut vertelde me op een dag dat ik veel mijn polsen moest draaien en rekken. Toen ik hem vertelde dat ik dat elke dag meerdere keren deed, vroeg hij waarom ik dat al deed. Ik vertelde hem dat ik Kung Fu deed en dat dit in de vormen zat. Hij zei het volgende: “Wat geweldig, die Chinezen hadden toen al door dat als je je zenuwbanen oprekt, je sneller bent in reageren.” Je rekt namelijk je zenuwbanen op zodat ze gevoeliger worden. Je spieren kunnen daardoor sneller worden aangestuurd, waardoor je sneller reflexmatig kunt reageren. De draai is ook een applicatie om van binnen naar buiten te draaien, maar dat is niet het hoofddoel van de beweging. Ook is het terugtrekken bedoeld om je Jat Sau te trainen, zodat je snel en krachtig een arm kunt terugtrekken.

 De vormen zijn als een gereedschapskist (quote David Peterson): je pakt het gereedschap dat je nodig hebt en gebruikt het. Je kunt met een hamer een spijker in de muur slaan, maar met de achterkant kun je een spijker eruit halen. Je kunt met een schroevendraaier een schroef in de muur draaien, maar je kunt er ook mee steken. Zo zijn tools vaak multifunctioneel. Stop dus niet alles in één hokje; vaak kun je er meer mee dan alleen één toepassing. 

Sommige mensen hebben een voorkeur voor het ene gereedschap, anderen voor een ander. Dit is vaak de individuele smaak die verschillende mensen onderscheidt in hun stijl van Wing Chun. Zo heeft iedereen dezelfde principes en concepten, maar met hun eigen “smaakje”. Het is wel belangrijk voor de overdracht van het systeem dat al het gereedschap wordt getraind. Zo moeten de vormen origineel blijven voor het behoud van de toekomst van het systeem. Wat je ziet in de drie vormen is dat elke vorm met vuiststoten begint en eindigt. De stoot is het belangrijkste wat je traint; alles draait om de stoot. Met de bewegingen uit de vormen bevorder je de structuur van je stoot, maar met de juiste aansturing vanuit de elleboog en de arm. De elleboog heeft een bewegingsgrens: hij kan niet lager en niet over de centerline. Hierdoor kan de beweging niet te groot uitgevoerd worden. Dit is ook een belangrijk onderscheid tussen de Wong Shun Leung-stroming en andere stromingen. Wanneer je de pols aanstuurt in plaats van de elleboog, kan de beweging wel lager en over de centerline gaan. Dan is er geen mechanische begrenzing meer in de beweging en kunnen de technieken te groot worden uitgevoerd. 

In het Wong Shun Leung-systeem stuur je de elleboog aan en niet de pols of hand.

 Asynchroniteit in de volgorden 

In de vormen, waaronder ook de dummyvorm valt, zit soms asynchroniteit in de volgorde. Daarmee bedoel ik dat een beweging aan de ene kant wel wordt getraind en aan de andere kant niet (rechts en links). Je kunt denken dat je dit moet “verbeteren” door het aan beide kanten gelijk te trainen, maar dat is een beetje naïef. Dat zou namelijk betekenen dat je denkt dat de Chinezen die dit systeem hebben ontwikkeld daar niet over hebben nagedacht. Het tegendeel is waar: men heeft hier juist heel goed over nagedacht. Of denk je dat ze één kant gewoon vergeten waren? Nee. Je begint bij het ontwerp met links en rechts gelijk. Pas wanneer je ziet dat één kant zwakker of moeilijker is dan de andere, ga je die kant in verhouding extra trainen. Door dat inzicht ontstaat er asynchroniteit in de volgorde van de vormen. Een voorbeeld: toen Wong Shun Leung in Nederland was voor een seminar, vroeg ik hem waarom de zijwaartse trap alleen aan één kant in de tweede vorm zit. Hij gaf als antwoord dat deze ook aan beide kanten in de dummy zit, maar dat de meeste mensen rechts zijn en de linker trap daardoor moeilijker is en extra training nodig heeft. Dus die trap ontbreekt niet aan de rechterkant in de tweede vorm; hij zit links juist extra. Toen dacht ik destijds: “oké… maar hmm?” onzeker maar goed, de meester zegt het. Na jaren trainen, en nog steeds, moet ik toegeven dat mijn linker trap inderdaad moeilijker is dan mijn rechter, ondanks dat ik deze linker trap meer train omdat hij in de tweede vorm zit. Wong Shun Leung had dus gelijk. Dit laat ook zien dat asynchroniteit niet voor niets in de vormen aanwezig is. 

Alles in Wing Chun is zeer goed doordacht. Synchroniteit in een volgorde is natuurlijker dan asynchroniteit, maar asynchroniteit is bewust ontworpen. Het is nu aan ons om door training te ontdekken waarom dit zo is.

 De bewegingen in de vormen zijn soms zowel abstract als toepasbaar. 

Probeer het niet allemaal zwart-wit te zien; meerdere antwoorden of interpretaties kunnen waar zijn. Voorbeeld: De beweging vóór de drie stoten aan het einde van de eerste vorm: één arm gaat naar voren, de andere gaat terug. Abstract: het concept en de gewoonte Concept: één arm gaat naar voren, de andere trekt terug Gewoonte: zorgen dat je stoot klaarstaat Toepassing: loskomen wanneer iemand jouw arm vastpakt nadat hij een Jat Sau heeft gemaakt en jij zijn arm hebt geweerd met Wu Sau. Nu stap je naar achteren terwijl de onderste arm terugtrekt en je afzet met je Wu Sau tegen zijn arm. Zo kom je altijd los. Zo zijn er meerdere technieken die zowel abstract als toepasbaar kunnen worden uitgelegd. 

Je traint allerlei structuren in de vormen, zoals Fok Sau in de eerste set van de eerste vorm. Dit is een abstracte stoot; je focus ligt op de elleboogaansturing, de rode draad van de eerste vorm. De pols in de Fok Sau is abstract, maar de lijn van de elleboog door het midden is bedoeld om de structuur van je stoot te verbeteren. 

Structuren tijdens de oefeningen moeten uiteraard overeenkomen met de structuren in de vormen. Het kan niet zo zijn dat je tijdens de vormen een andere structuur gebruikt dan tijdens de training. Maar men moet wel inzien wat abstract is en wat de focus is, en hoe het bedoeld is door de ontwerpers van dit systeem.

 Je moet ook goed weten dat niets voor niets in de vorm zit. Probeer alles wat je traint terug te vinden in de vormen om een beter begrip te krijgen van wat we trainen. Zo krijgen de vormen ook meer waarde als trainingsmiddel. In vroegere tijden moest men eerst lange tijd alleen de eerste vorm trainen voordat men verder mocht gaan. Dit was om eerst een goede basis aan te leren, maar ook omdat het handboek zorgvuldig moest worden overgedragen. 

In de vormen zitten bewegingen die zowel technieken ondersteunen als volledige technieken bevatten. Er zitten ook bewegingen in die laten zien hoe structuren moeten worden uitgevoerd. Een voorbeeld is in de tweede vorm (Cham Kiu), in de derde set. Je maakt een trap en vervolgens dubbele Bong Sau. Die trap zit daar niet alleen om een trap te trainen. De ontwerpers van dit systeem waren daar veel bewuster en dieper over na dan vaak wordt gedacht. Die trap vertelt je ook hoe diep je moet staan in je achterste been wanneer je in je loopstand beweegt. Hij geeft informatie over de gewichtsverdeling tussen beide benen. Wanneer je je heup kantelt, komt je gewicht automatisch in je achterste been en is er ondersteuning vanuit de grond via hiel, heup, elleboog en vuist. Wanneer je je heup niet kantelt, komen je schouders naar voren en is de ondersteuning niet meer vanuit de grond. Je heup staat dan horizontaal, wat betekent dat je terugslag in je arm ook horizontaal wordt en niet meer richting de grond wordt geleid. 

De referenties van technieken, structuren en concepten zitten in de vormen. Probeer deze altijd terug te herleiden vanuit de vormen.

Silvano Bonafe