Er zijn verschillende redenen waarom het Wing Chun-systeem sneller functioneert dan traditionele vechtsystemen.
Enerzijds is er het concept van rechtlijnigheid, de kortere weg, de gelijktijdigheid van aanval en verdediging in samenhang met de zogenoemde kettingtechnieken (niet te verwarren met kettingstoten). Het besef dat de aanval de beste verdediging is, alsook het streven om met zo min mogelijk bewegingen een zo groot mogelijk effect te behalen.
Anderzijds is, naast deze logische en makkelijk te begrijpen ideeën, de doordachte methode van reactietraining juist de karakteristieke eigenschap die er bij dit systeem bovenuit steekt.
De zogenoemde Chi Sau-training (kleefhanden) is voor leken niet makkelijk te begrijpen. Hoewel deze training uitgaat van steeds weer dezelfde principes, is deze manier van trainen toch erg complex en vereist een nauwgezette basiskennis. Ook de uitdrukking “kleefhanden” is eigenlijk een paradox. Deze uitdrukking moet zijn ontstaan door de puur visuele indruk die wordt opgeroepen wanneer twee oefenende leerlingen met elkaar contact maken. Hierbij staan de twee trainingspartners tegenover elkaar en maken met beide armen permanent contact. Het doel van het vechten op deze manier is echter om dit contact door aanvallen zo vaak mogelijk te verbreken, totdat de laatste verdediging van de tegenstander is weggenomen.
Beter gezegd: “Mijn doel is de armen van de tegenstander uit de weg te ruimen om hem beter te kunnen slaan, en niet om aan zijn armen te blijven kleven.”
In de eerste plaats dient de Chi Sau-training dan ook voor de ontwikkeling van coördinatie, afstandsgevoel en timing, zodat de technieken die eerder met de vormen geleerd zijn in aanval en verdediging geoefend kunnen worden.
De grote hersenschors slaat veelvuldig uitgevoerde bewegingselementen op; de zogenoemde associatieve motorkern houdt dit verloop als vrij te combineren subprogramma gereed.
Ook andere delen van de hersenen, evenals delen van de kleine hersenen, bevatten zogenaamde subroutines. Deze worden met de voortgang van het leerproces meer en meer geautomatiseerd, zodat het bewustzijn uiteindelijk nauwelijks nog een rol speelt.
In onze hersenschors beschikken we ook over een “inwendig beeld” van het lichaam, waardoor we veilig in een ruimte kunnen handelen. Zo weet je vaak onbewust dat je met je rug tegen een muur of ander object staat, zonder dat je dit object op dat moment ziet. Wanneer je een ruimte binnentreedt, neem je onbewust de gehele ruimte waar.
Ook het gehoor speelt hierbij een rol: je hersenen registreren de weerkaatsing van geluiden en helpen zo je positie in die ruimte te bepalen.
Zo verlopen de meeste bewegingen, omdat we ze al zo vaak hebben uitgevoerd, geautomatiseerd en passen zich flexibel aan via terugkoppelingsmechanismen tussen spieren, ruggenmerg, sensorische hersenschors en motorische hersenschors.
In het kort verloopt een reactie als volgt: er gaat een prikkel van de huid via het ruggenmerg naar de sensorische hersenschors, waar registratie en bewustwording plaatsvinden. De prikkel wordt doorgezonden naar de motorische hersenschors, waar bepaald wordt welke reactie nodig is. Vervolgens stuurt de motorische hersenschors signalen via het ruggenmerg naar de spieren om de reactie uit te voeren.
Reflexen
Men spreekt van reflexen wanneer er snelle reacties op een prikkel plaatsvinden voordat of zonder dat men zich van die prikkel bewust wordt. Het is dus een onwillekeurige reactie. Het lijkt alsof de inkomende impuls in het centrale zenuwstelsel direct wordt teruggekaatst (gereflecteerd); vandaar de naam reflex.
Reflexen hebben in het algemeen een beschermende functie, zoals het terugtrekken van de hand bij aanraking van hete voorwerpen (de pijn wordt pas daarna gevoeld), de ooglidreflex en de pupilreflex (de pupil wordt groter of kleiner afhankelijk van lichtinval).
De reflexen kunnen onderverdeeld worden op basis van de invloed van de hersenschors in onvoorwaardelijke en voorwaardelijke reflexen.
Onvoorwaardelijke reflexen zijn erfelijk en komen bij ieder mens voor. De hersenschors is er niet bij betrokken, hoewel sommige reflexen bewust onderdrukt kunnen worden. Voorbeelden zijn de kniepeesreflex, zuigreflex bij pasgeborenen, grijpreflex van de handen, ooglid- en pupilreflex en vele houdingsreflexen.
Voorwaardelijke reflexen zijn door ervaring verkregen en verschillen per persoon. Ze worden geregeld door de hersenschors. Deze reflexen ontstaan wanneer aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan (geluid, gevoel, geur of gedachte). Bij de geur van lekker eten loopt het water je al in de mond, of je wordt emotioneel bij een herinnering.
Voor een goed getraind iemand zijn programmaswitches binnen 500 milliseconden mogelijk. In minder dan 50 milliseconden kan een reflexgestuurde reactie via het ruggenmerg plaatsvinden.
Door de vele wisselende armcontacten in Chi Sau wordt het sensomotorische systeem in de hersenen constant geactiveerd, waardoor dit systeem steeds sneller en makkelijker verschil leert registreren tussen druk en trekkracht in de zenuwen. Hierdoor worden reacties sneller en meer automatisch.
In het voortgezette Chi Sau-sparren (Go Sau) leert men zijn eigen aanval niet volledig uit te voeren wanneer deze wordt verstoord, bijvoorbeeld door een blokkering. In plaats daarvan leert men de kortste en snelste manier om de aanval direct terug te sturen naar de tegenstander zonder opnieuw te hoeven opbouwen. Dit vereist veel training, vooral omdat het doel is de intuïtie te trainen en de tegenstander al in de aanvang van de beweging te onderbreken. Hierdoor ontwikkelt Chi Sau het oriëntatievermogen sterk. Er komt meer tot stand dan alleen zien en reageren.
Mentaal trainen gebeurt enerzijds door visualisatie van bewegingen (ideomotorische training) en anderzijds door waarnemingstraining, waarbij men anderen observeert. De beginner concentreert zich volledig op de eigen bewegingen, terwijl de gevorderde technieken uitvoert zoals in het gevecht.
Hoewel het Wing Chun-systeem gericht is op economisch trainen, betekent dit niet dat er steeds minder getraind hoeft te worden. Het gaat om het verschuiven van trainingsprioriteiten.
Wing Chun omvat meerdere trainingsmiddelen zoals vormtraining, dummytraining, slagkracht-, snelheid- en precisietraining, kracht- en balansoefeningen, coördinatietraining met en zonder partner en het complexe Chi Sau voor reactie, gevoel, timing en vechtervaring.
Er is altijd ruimte voor verbetering, creativiteit en individuele invulling van training. Training moet zich aanpassen aan omstandigheden. Wat je als beginner leert, kan later zelfs aangepast of losgelaten worden om verdere ontwikkeling mogelijk te maken.
Het idee om Wing Chun te “verrijken” met andere stijlen komt vaak voort uit gebrek aan begrip van het systeem. Door met ervaren leerlingen te trainen, te bespreken, te analyseren en bewust te oefenen ontstaat steeds meer begrip. Een goede leraar zal zonder geheimen uitleg geven over het systeem.

Auteur: Dietmar Christl, leraar Wenen (Oostenrijk)
Bron: Real Wing Chun Kung Fu Magazine nr. 1
Vertaling: Han Brens