Les Opbouw

Wing Chun training

Op de foto hierboven ben ik met mijn leraar Ed Blom.

Toen ik net leraar werd, gaf ik les op een heel andere manier dan nu.
Terwijl ik in de school van mijn leraar al bijna 20 jaar les gaf, voelde dit toch heel anders.
Nu moest ik veel meer nadenken over de lesopbouw: waar wil ik met mijn leerlingen aan werken en hoe kan ik ze optrekken naar een hoger niveau?

De traditionele manier van lesgeven is erg saai en werkt niet goed in de westerse cultuur, waar iedereen snel resultaat wil zien. Ik heb ook gemerkt dat dit ertoe leidt dat je weinig leden overhoudt na verloop van tijd.
Daarom geef ik op een andere manier les.

In de grafiek hieronder zie je dat blauw de westerse methode is en rood de traditionele methode.

Rood: In rood zie je dat het eerste half jaar alleen de eerste vorm en Chi Sau wordt getraind (structuurtraining, voetenwerk en lopen). Pas na 1,5 jaar of later komt de tweede vorm. Daarna beginnen pas de drills.

Blauw: In de westerse methode gaan mensen vaak iets te snel naar oefeningen, terwijl de basis nog niet goed genoeg is. Het is dan nog wat slordig: ellebogen niet in het midden en voetenwerk klopt niet helemaal. Het is nog een ruwe schets.
De opbouw is dan zo dat ik eerst ongeveer 20 minuten structuurtraining doe, wat volgens de traditionele methode eigenlijk de hele les zou zijn. Daarna ga ik over op oefeningen.

Hierdoor kost het meer tijd om een goede structuur op te bouwen bij mensen, maar het zorgt er wel voor dat mensen het leuker vinden en blijven trainen.
Wanneer men het leuk vindt, wil men ook aan de structuur werken, zelfs als die oefeningen soms saai zijn. Dan is men eigenlijk al “verkocht” aan het systeem.
De traditionele methode werkt minder goed omdat mensen het te lang saai vinden. Vroeger werkte dit beter in China, in een heel andere cultuur en tijd.

Niveau vergelijking

Om op hetzelfde punt te komen in de tijd zijn er meerdere wegen mogelijk.
Als iemand iets verkeerd aanleert, moet hij het ook weer afleren. Dat klopt, maar in het dagelijks leven ben je continu bezig met verkeerde bewegingspatronen: aansturing vanuit de pols in plaats van de elleboog, of verkeerde loopbewegingen. En dat doe je al je hele leven.

Mijn lessen zien er als volgt uit:

(1) Ongeveer 5 minuten warming-up. De spieren moeten eerst opwarmen; geen zware training, zeker niet met de armen. Je wilt niet vermoeid beginnen.

(2) Eerste en tweede vorm met de groep. Gevorderden kunnen hun eigen tempo aanhouden. Ik geef vrijwel altijd tips tijdens de vormen om mensen alert te houden op waar de beweging naartoe werkt. De focus ligt op het bewust uitvoeren van de beweging.
Ik ben ervan overtuigd dat vormen voor elk niveau goed zijn. Een beginner die direct meedoet met de tweede vorm is geen probleem. Het zijn bewegingen in de lucht; daar kan weinig fout aan gaan. In het begin gaat het vooral om de volgorde, niet om perfecte uitvoering.

(3) Chi Sau training, vrijwel altijd met een structuur-oefening. Nu kan alles rustig worden getraind omdat het niet om snelheid gaat maar om netheid. De spieren worden verder opgewarmd.

(4) Snelheidsdrills waarbij explosiviteit en snelheid belangrijker zijn dan perfectie. Als het te slordig wordt, moet men rustiger trainen, maar de nadruk ligt op snelheid. Reflexen worden optimaal getraind. Je kunt niet langzaam trainen en verwachten dat je in een echte situatie automatisch snel wordt.

(5) Van losse situaties afstand overbruggen met Pak Sau, Jat Sau of stoten. De nadruk ligt op snelheid, positionering en bewegelijkheid. Dit is het begin van een gevecht vóór contact. Gevorderden kunnen hier ook sparren op de balkjes of vrij sparren. Sparren is nooit verplicht.

Pauzes nemen
Bij punt 4 en 5 wordt er intensief getraind.
Het is beter om 20 minuten intensief te trainen en daarna 5 minuten pauze te nemen dan 25 minuten langzaam te trainen.
Iedereen mag zelf bepalen wanneer hij pauze neemt. Je bent volledig vrij in onze school.
Je moet Wing Chun zien als een sprint, niet als een marathon.
Een gevecht duurt slechts enkele seconden, niet een uur.
Alleen bij structuurtraining (punt 2 en 3) is rust minder nodig.

Motivatie in training
Wanneer je oefeningen telt, train je intensiever.
Bijvoorbeeld: 10 herhalingen links, 10 rechts, dan partnerwissel. Dit geeft een duidelijk doel.
Ook heen en weer lopen in de zaal geeft structuur en motivatie.

Training met beginners en gevorderden
Een beginner traint regelmatig met een gevorderde. De gevorderde helpt de beginner en kan zelf even rustiger trainen.
Na verloop van tijd wisselen deze rollen om. Zo helpen we elkaar en creëren we een sociale trainingsomgeving.

Uitzonderingen
Dit is de meest voorkomende lesopbouw, maar geen garantie. Soms kan een les volledig anders lopen door vragen of situaties in de groep.

Vrijheid in de les
Je bent vrij in wat je traint. Ik geef een oefening, maar dat betekent niet dat iedereen hetzelfde moet doen.
Sommige mensen werken aan andere onderdelen, afhankelijk van hun behoeften.

Als leraar train ik mee
Ik train de hele les mee. Zo blijf ik zelf ook verbeteren en zie ik fouten beter dan wanneer ik alleen zou toekijken.

Kritiek
Leerlingen mogen mij corrigeren. Ook ik maak fouten en sta open voor feedback.

Herhaling van lessen
Oefeningen worden vaak 1 of 2 keer herhaald in volgende lessen. In de eerste les ben je vaak nog aan het nadenken; pas na herhaling begint echte training. Herhaling is essentieel.